Zware aardbeving, ook in Nederland
2011
Het is een kwestie van tijd voordat Nederland getroffen wordt door een zware aardbeving. Vooral Limburg loopt kans op een beving van 7,0 op de schaal van Richter.
Dat beweren Nederlandse en Duitse geologen in EenVandaag. Een aardbeving met die kracht is ongekend in Nederland. Bij de bouw van gebouwen en wegen wordt hier geen rekening mee gehouden. Ook chemische fabrieken en kerncentrales zijn niet tegen een beving van 7,0 bestand.
De wetenschappers van de Vrije Universiteit en de Universiteit Aken ontdekten dat bevingen met die kracht honderden jaren geleden voorkwamen in en rond Limburg. Dat zou volgens hen dus weer kunnen gebeuren, het valt alleen niet te zeggen wanneer dat dan zou zijn.
De sterkste beving die ooit in Nederland is gemeten, was in Roermond in 1992. Die had een kracht van 5,8 op de schaal van Richter.
Jaarlijks komen in het zuiden en oosten van Nederland lichte aardbevingen of aardschokken voor met een sterkte tussen 2 en 3 op de schaal van Richter. Sterkere aardbevingen zijn in Nederland zeldzaam. Uitzonderingen zijn die in Uden op 20 november 1932 (5,0 op de Schaal van Richter en een intensiteit van VI-VII op de 12-delige Schaal van Mercalli) en die nabij Roermond op 13 april 1992, waarbij voor honderdduizenden guldens schade werd aangericht en een kerktoren gedeeltelijk instortte. Het was nog een geluk dat het hypocentrum van deze aardbeving zich 17 km diep onder de grond bevond, anders hadden de gevolgen nog veel desastreuzer kunnen zijn. Volgens seismologen valt er in Nederland één keer op elke duizend jaar een aardbeving met deze sterkte of hoger te verwachten. In de vroege ochtend van 23 juni 2001 had in Zuid-Limburg opnieuw een aardbeving plaats die met een sterkte van 3,9 net niet middelmatig te noemen was. In het Duitse Alsdorf vond op 22 juli 2002 een vrij sterke beving met een kracht van 4,9 plaats, die in Heerlen en Voerendaal nog goed te voelen was.
Met een sterkte van 6,3 was de aardbeving bij Verviers de krachtigste aardbeving die ooit in België is waargenomen en één van de grootste bekende aardbevingen in West-Europa in de geschiedenis. Op 11 juni 1938 had in België de aardbeving bij Zulzeke plaats met een sterkte van 5,6. Het hypocentrum hiervan lag ten zuiden van Zulzeke, op een diepte van 19 km. Het was de krachtigste aardschok in België in de 20e eeuw, hoewel de intensiteit vanwege de grote diepte niet zo groot was. De lichtere aardbeving in Luik veroorzaakte in 1983 veel meer schade, omdat het hypocentrum zich slechts 5,8 km onder de stad bevond. Bij deze beving vielen twee doden en tientallen gewonden.
In de provincies Groningen en Drenthe hebben zich sinds 1986 ongeveer 50 aardbevingen voorgedaan als gevolg van het onttrekken van aardgas uit de ondergrond. De meeste waren zeer licht. Op 24 oktober 2003 vond echter bij Loppersum een aardbeving plaats met een sterkte van 3,0 op de schaal van Richter. De materiële schade was gering. Een beving met de kracht van 2,2 op de schaal van Richter werd geregistreerd op 5 augustus 2005 in Sappemeer; ook deze beving zou kunnen zijn ontstaan door bodemdaling als gevolg van aardgaswinning. Op 8 augustus 2006 heeft zich de zwaarste aardbeving tot nog toe in de provincie Groningen met een sterkte van 3,5 op schaal van Richter voorgedaan (wat volgens de officiële definitie nog altijd licht is). Het epicentrum lag bij Middelstum en de aardbeving werd, net als de andere aardbevingen in dit gebied, veroorzaakt door de aardgaswinning. In de provincie Groningen had op 30 oktober 2008 opnieuw een aardbeving als gevolg van plaatselijke gaswinningsactiviteit plaats, ditmaal met een sterkte van 3,2.
Van tijd tot tijd worden er aardbevingen voorspeld. Volgens deskundigen is een juiste voorspelling vrijwel onmogelijk omdat te veel verschillende factoren van invloed zijn op het ontstaan van een beving. Desondanks wordt er getracht voorspellingen te doen om de menselijke schade te beperken. Tekenen die mogelijk van belang zijn:
- voorschokken
- veranderingen in de chemische samenstelling van het grondwater
- vloeistofdruk in de gesteentekolom
- langzame beweging langs breuklijnen
- bevingen in aangrenzende delen op de breuklijn
- statistische gegevens over de frequentie van aardbevingen
- veranderingen in het magnetisch veld ter plaatse
- spanning in het gesteente, te meten met spanningsmeters op een paar honderd meter diepte
Comments are closed.